In de praktijk: Milk & More

Milk & More in Geel draait al vijf generaties op hetzelfde erf. Sofie Lietaer en Sander Soetemans staan er aan het roer met een duidelijke ambitie: circulariteit en bodemgezondheid als leidraad voor de toekomst van het bedrijf. “We willen zo weinig mogelijk van buiten het bedrijf halen, en wat we produceren zo goed mogelijk benutten.”  

Kwaliteit boven kwantiteit 

De zuivelboerderij telt een honderdtal koeien, voornamelijk Holstein, aangevuld met Jersey koeien. Die laatste produceren kleinere hoeveelheden melk, maar wel met een hoger gehalte aan vet, eiwitten, vitaminen en calcium. Bovendien is hun melk A2A2-getest: ze bevat uitsluitend het A2-type bèta-caseïne, een eiwit dat door mensen met koemelkintolerantie doorgaans beter verdragen wordt. Die Jersey-melk verwerken Sofie en Sander zelf tot yoghurt, ijs en desserts, verkocht in hun hoevewinkel op het erf. 

Over één ding is het duo het eens: een gezonde bodem maakt het verschil. Het begint bij de eigen mest. “Een deel van onze koeien staat op stro,” vertelt Sander. “Dat stro vermengt zich met de kwalitatieve Jersey-mest tot een organisch rijke meststof die de bodemvruchtbaarheid rechtstreeks voedt. Ook zetten we in op slimme rotatie: we telen voederbieten om maïs gedeeltelijk te vervangen – die benutten de stikstof in de bodem beter.” Grasklaver vervangt daarnaast geleidelijk de gewone grassoorten, wat het ruwvoeder eiwitrijker maakt en de afhankelijkheid van geïmporteerde soja verkleint. 

Een Jerseykoe bij milk&more

Meer lezen over bodemgezondheid? Doorblader nu ons factbook 2026