“Durf je keuzes in vraag te stellen.”

Tuur Vandeweyer begeleidt met zevenkoppig adviesbureau LATitude melkveehouders, akkerbouwers en fruittelers in de transitie naar regeneratieve landbouw en agro-ecologie. Daarnaast is hij met opleidingscentrum Agro-Symbio actief in verschillende bestuurlijke projecten en organiseert hij cursussen. “De reden waarom ik dit doe, is om drinkbaar water te hebben voor mijn achterkleinkinderen.” 

Tuur Vandeweyer

“Elf jaar geleden heeft mijn vrouw beslist boerin te worden. Sindsdien hebben we een landbouwbedrijf waar we vlees – rundvlees, kip, kalkoen en varkensvlees – produceren op basis van een rantsoen van gras en kruiden. We verwerken alles zelf en verkopen rechtstreeks aan de consument. Daarnaast doen we een deel akkerbouw, waarbij we onder meer pasta-tarwe telen, maar ook tarwe voor enkele lokale bakkers en sportmensen die op zoek zijn naar tarwe met betere voedingswaarden. De kennis die we opbouwen op onze eigen boerderij delen we via onze cursussen, zoals ‘Boer van de toekomst’.” 

Waarom is bodemgezondheid zo’n relevant thema geworden? 

“Heel simpel: waar ik woon, hebben we dit jaar opnieuw 40 graden aangetikt. Ook boeren merken door de klimaatverandering dat monocultuur uiteindelijk een dorre woestijn wordt, en dat is confronterend. Iedereen beseft dat er iets moet veranderen. En dan bellen ze ons.” 
 

Waarom is bodemgezondheid iets waar melkveehouders mee bezig moeten zijn? 

“Bij akkerbouw zit je verdienmodel rechtstreeks in de bodem, dus loont het om daarin te investeren. Bij melkveehouders is dat minder vanzelfsprekend. Terwijl het wel zeer nuttig is: gras wordt bij ons maar voor een deel van het rantsoen gebruikt, terwijl het maïs en soja kan elimineren. 

En laat ons niet vergeten: you eat what your food eats. Wanneer je je bodemleven niet voedt, heb je geen hoogwaardig voer om je koeien te voederen. Als je je rantsoenen aanpast en kunstmest weglaat, krijg je automatisch gezonde mest en een gezonde bodem. We zien dan dat de koeien goed produceren en dat het grasland opbrengt. De oplossing zit dus in versimpelen, in plaats van voortdurend supplementen toe te voegen. Zo vermijden wij op onze boerderij alle chemische input. We doen enkel bodemleventuning, met natuurlijke mest en een schimmelnetwerk als input. En zo doen we eigenlijk gewoon wat 100 jaar geleden ook al zo werd gedaan.” 

Bodem

Hoe kunnen landbouwers met dit principe aan de slag gaan? 

“Werk maken van de kwaliteit van je drijfmest. We zien dat nu als een afvalproduct en een probleem, maar als de verhoudingen goed zitten, heb je niet dezelfde emissies én krijg je voeding voor je bodemleven en je planten. 

Boven een hectare grond hangt 72 ton stikstof in de lucht, die je kan capteren met vlinderbloemigen. Als je die symbiose benut, net als het bodemvoedselweb, krijg je gratis en voor niks stikstof – goed voor het equivalent van 700 à 800 kilo kunstmest. Dat is gigantisch. 

We merken dat boeren die daarop inzetten, kunnen afstappen van kunstmest. We adviseren om dat geleidelijk te doen: het eerste jaar naar 50 procent van de hoeveelheid kunstmest, het jaar erop 25 procent en daarna 0 procent. In één jaar stoppen is te drastisch: je bodem kan dan niet volgen en dan mislukt het.” 

Wat is het grootste misverstand rond bodemgezondheid? 

“Dat je nog heel wat producten zou moeten aankopen. Maar het woord ‘regeneratief’ zegt het zelf: het gaat om de regeneratie van de natuur, met een kracht die zo groot is dat je eigenlijk geen extra middelen meer nodig hebt. Na twee jaar werken aan je bodem heb je die niet meer nodig. Dat is misschien wel het grootste voordeel van werken aan bodemgezondheid: na een tijd moet je eigenlijk niets meer doen. En dat is voor veel boeren moeilijk aan te nemen.”

Koeien in de weide op het Vijverhof

Wat zijn voor melkveehouders de grootste drempels? 

“Groepsdruk om de dingen te blijven doen zoals we altijd deden, is een vaak onderschat probleem. Maar dat wordt wel beter, de sneeuwbal begint te groeien. 

Kennis evenzeer. Boeren die naar onze cursussen komen, zeggen achteraf vaak: ‘Hoe komt het toch dat we dat niet weten?’ We hebben al veel moeite gedaan om die kennis in het onderwijs te krijgen, maar er is nog veel weerstand bij lesgevers om zich aan te passen. Veel boeren weten bijvoorbeeld niet dat je door te ploegen net meer onkruid kunt krijgen. Ze hebben nooit anders geleerd, ze weten het gewoon niet. 

Ook angst voor de kosten speelt mee. Maar hoe je het ook draait of keert, de kost van je transitie zal opbrengen, want je gaat steeds minder middelen nodig hebben.” 

Hoe merken de melkveehouders die je begeleidt op dat het effect heeft? 

“Dat verschilt. Ik heb bedrijven die het eerste jaar 100.000 euro minder kosten hebben, met dezelfde melkopbrengst. Maar ik heb ook boeren die tienduizend euro verlies hebben gedraaid. Dat komt dan vaak doordat ze nog veel materiaal hebben aangekocht dat ze eigenlijk niet nodig hadden, of andere gelijkaardige managementbeslissingen hebben genomen.” 

Met welk advies kunnen landbouwers vandaag starten? 

“Breng je mestkwaliteit in kaart. Een staal opsturen om te laten onderzoeken is heel simpel. En blijf jezelf vooral in vraag stellen. Vraag je bij elke beslissing af waarom je die maakt: omdat je het altijd al zo gedaan hebt, of omdat je echt gelooft dat het werkt?” 

Meer lezen over bodemgezondheid? Doorblader nu ons factbook