“Laat je bijstaan door een adviseur of kijk hoe andere landbouwers het doen.”
Als onderzoeker bij ILVO werkt Tommy D’Hose rond duurzaam bodembeheer, met een specialisatie in koolstofopslag en bodemverdichting. “Koolstofopslag is een belangrijke indicator van bodemgezondheid. Als dat goed zit, heb je doorgaans een betere waterhuishouding, een betere beschikbaarheid van nutriënten en een goede beworteling. Koolstof zorgt daar allemaal voor. Het versterkt elkaar ook: werken aan je bodemgezondheid zorgt op zijn beurt voor meer koolstofopslag. Daarom loont het om te kijken hoe je vooral via gewassen efficiënt koolstof uit de lucht in het systeem kunt brengen.”
Waarom wordt bodemgezondheid steeds belangrijker voor landbouwers?
“Je bodem is natuurlijk kapitaal. Hoe gezonder de bodem, hoe beter de beworteling, hoe beter nutriënten worden vastgehouden en vrijgesteld aan gewassen, hoe beter de waterhuishouding, ... Dat is voor melkveehouders zeker relevant, want alles is aan elkaar gelinkt – tot en met de gezondheid van je koeien en dus de kwaliteit van je melk.
Tegelijk zijn er vandaag veel externe factoren die ervoor zorgen dat de bodem belangrijker wordt. Een bodem kan gerust minder goed functioneren zolang je ongelimiteerd meststoffen, herbiciden en water kunt inzetten. Maar vandaag zitten we met de strenge mestwetgeving, meer regels rond herbiciden en dan nog eens kunstmestprijzen die enorm volatiel zijn en soms zelfs vertienvoudigen in enkele maanden. Daar komt de klimaatverstoring nog bij: een gezonde bodem kan water veel beter stockeren, waardoor er ook in droge periodes water beschikbaar blijft. Al die factoren samen maken dat bodemgezondheid steeds belangrijker wordt.”
Wat zijn de grootste misverstanden over bodemgezondheid?
“Je mag er geen wonderen van verwachten. Ook een perfect gezonde bodem kan niet zomaar verdragen dat je onder echt natte omstandigheden het veld oprijdt. Bodemgezondheid heeft ook tijd nodig: je kunt er vandaag mee starten, maar de resultaten zijn nog niet voor morgen. Ik vergelijk het met trainen voor een marathon. Het gaat bovendien sneller verloren dan dat je het opbouwt. Voor koolstofopslag gaat het verlies zelfs dubbel zo snel als de opbouw. Je moet dus op lange termijn plannen, terwijl de winsten soms pas na een aantal jaar zichtbaar worden.”
Wat zijn voor melkveehouders de grootste drempels? Hoe kunnen ze die overwinnen?
“Granen opnemen in de rotatie is bijvoorbeeld niet altijd economisch interessant voor een melkveehouder. Het is vaak interessanter om een perceel te verpachten aan een aardappelteler of zelf aardappelen te telen. Ook vragen vlinderbloemigen, kruidenrijk grasland en luzerne meer kennis dan gewoon grasland. Mijn advies is om je te laten bijstaan. Landbouwadviseurs kunnen daarin een enorme rol spelen. Zij staan veel nauwer in contact met landbouwers dan wij als onderzoekers. Wij kunnen kennis aanreiken, maar we steunen op mensen zoals Tuur om die in het veld te tonen en landbouwers gerust te stellen. Die geruststelling is ook belangrijk. Het helpt bovendien als landbouwers zien wat hun collega’s doen. Dat werkt vaak als de beste reclame.”
Welke onderzoeken lopen er momenteel waar je bij betrokken bent?
“Binnenkort starten we met een project rond bodemverdichting. We kijken naar technieken om bodemverdichting op perceelniveau te detecteren en vervolgens op een duurzame manier op te heffen. Daarnaast loopt C-GRAS, een onderzoek naar hoe we koolstofopslag onder grasland kunnen optimaliseren. We testen daarbij verschillende technieken om te kijken hoe we het beheer daarvoor kunnen verbeteren.”
Wat brengt de toekomst? Welke innovaties kunnen de melkveehouders van morgen gebruiken?
“Vlinderbloemigen zijn op zich innovatief, hoewel we dat al jarenlang gebruiken. Vandaag wordt er vaak gewerkt met gras en maïs, maar ik verwacht dat die rotaties verder zullen uitbreiden met een aantal interessante nieuwe gewassen. Hennep zou bijvoorbeeld een goede derde teelt kunnen worden. Voor melkveehouders zie ik ook kansen in het meer zelf produceren van eiwitten, in plaats van die te importeren.”
