“Ga uit van je gezond boerenverstand.”
Jonas Hanssens is al elf jaar landbouwconsulent bij Boerenbond, gespecialiseerd in melkvee. “Ik heb echt een passie voor bodem en bodemleven. Daarom ben ik sinds een aantal jaar ook trekker rond alles wat met agro-ecologie te maken heeft.” Hij adviseert bedrijven niet alleen op praktisch vlak, maar kijkt ook mee naar het bedrijfskundige en financiële plaatje.
Heeft agro-ecologisch werken en bezig zijn met bodemgezondheid ook financiële voordelen?
“Om écht te kunnen zeggen wat het opbrengt, hebben we eigenlijk meer onderzoek en meer cijfers nodig. Agro-ecologisch werken kan je namelijk op verschillende manieren aanpakken: je kan kleine stapjes zetten, of zoals Stijn en Mattias daar al ver in gaan. Maar sowieso zien we wel trends uit onze cijfers. Over het algemeen zie je duidelijk dat bedrijven die overstappen op een ander teeltplan en minder kunstmest en andere input gebruiken, hun kosten zien dalen.
Voor de melkveehouderij gaat dat nog concreter: door een hoger grasaandeel in het voeder ben je minder afhankelijk van soja en andere externe eiwitaankopen. Zo was de sojaprijs tijdens corona maal twee. Als je zelf kan voorzien in je eiwitvoorziening, sluit je daarmee die extremen uit.”
Een vaak gehoorde bezorgdheid is net dat minder externe input ook minder opbrengst betekent. Klopt dat?
“Dat hoeft zeker niet zo te zijn. De skills van de boer kunnen daar een verschil maken, maar aan de andere kant spelen ook externe invloeden uiteraard een rol: klimaat, droogte … Daar heb je geen impact op, hoe goed je ook je best doet. Maar toch zien we daar dat mensen die goed aan hun bodem gewerkt hebben, meer vocht kunnen vasthouden. Daardoor blijft hun bodem iets langer in werking en kan die langer produceren.”
Waar kunnen landbouwers het meeste winnen?
“Maximaal inzetten op je gras en graskwaliteit: dat kan je kosten rechtstreeks verlagen. Dat zien we ook in de boekhoudcijfers. Als we kijken naar bedrijven die per koe meer gras voeren, zien we dat die erin slagen een hoger saldo te draaien dan hun collega’s. Dat is een interessant cijfer. Daar komt nog bij dat je door het inpassen van klavers en luzerne ook weerbaarder bent in droge jaren.”
Waar moeten melkveehouders zich op voorbereiden als ze ermee aan de slag gaan?
“Weet dat er bijna altijd wel wat leergeld bij komt kijken. Soms moet je toch wat duurdere of complexere machines aankopen. Ploegen is op zich makkelijk: je keert je bodem om en alles wat je het jaar voordien fout deed, zit 30 centimeter onder de bodem. Maar niet-kerende bodembewerkingsmachines of precisielandbouwmachines met GPS vragen om een investering. En dan heb je tijd nodig om te ontdekken welk type grond je hebt, wat het beste past … Ook als je aan de slag gaat met klavers, luzerne of veldbonen, moet je tijd nemen om te ontdekken wat op jouw grond past en hoe je de puzzel van maatregelen wilt leggen.
Daarbij zitten we nog met het gegeven dat grond in Vlaanderen enorm duur is in vergelijking met onze buurlanden, soms zelfs een tienvoud. Zeggen dat je het met minder input moet doen, is wel makkelijk, maar we moeten uiteraard ook kijken of je voldoende output haalt en of je gronden voldoende opbrengen om het economisch verantwoord te houden. Bepaalde gronden zullen meer geschikt zijn dan andere. Voor minderwaardige gronden dicht bij de natuur zijn meer extensieve principes misschien interessanter.
Over het algemeen ben ik voorstander van een intensief bedrijfsmodel, maar wel met agro-ecologische principes toegepast.”
Zal agro-ecologisch werken noodzakelijk worden om het allemaal economisch leefbaar te houden?
“Net omdat we in Vlaanderen in zo’n dure en intensieve streek zitten én omdat we ons weerbaarder moeten maken tegen klimaatverandering, gaan we die agro-ecologische principes echt nodig hebben. Zeker om onze bodem sterker te maken, maar ik kijk ook breder dan de bodem: denk bijvoorbeeld aan zelf energie voorzien of andere duurzame praktijken.
Maar ik zie het positief in: ik zie dat meer en meer boeren groenbedekkers gebruiken om hun bodems levend te houden tijdens de winter en dat kale bodems alsmaar meer verdwijnen. Sowieso is er nog nood aan meer onderzoek, zodat we het effect van agro-ecologisch werken nog beter kunnen aantonen en meer landbouwers kunnen overtuigen de stap te zetten.”
Wat is jouw toptip om het plaatje rendabel te maken en houden?
“Simpel: meer uitgaan van gezond boerenverstand en vooral kijken naar je eigen bedrijf en bedrijfsmogelijkheden. Heel veel agro-ecologische principes werden ook al door onze grootouders toegepast. Maar daar is met de jaren een laagje wetgeving en een laagje economische belangen overheen gekomen, waardoor je als boer sneller gedwongen wordt tot bepaalde keuzes. Maar je bent nog altijd zelf ondernemer en bodemexpert. Kijk dus voor je eigen bedrijf wat bij jou past. Kijk gerust ook naar je collega’s, maar doe vooral je eigen ding. Klein beginnen en stap voor stap groeien is zeker een goed idee. Binnen de Boerenbond zien we agro-ecologisch werken echt als een getrapt model: je kan trapje per trapje toepassen wat bij jouw bedrijf past.”
